Slimming down the State: ngo’s, weak states en de outsourcing van publieke dienstverlening

Traditioneel zorgt de staat voor de gezondheidszorg, onderwijs, huisvesting,... Maar omdat vele landen in het Zuiden daarvoor niet de middelen hebben én het neoliberale denkbeeld net wenst dat de staat zich niet bezighoudt met dergelijke dienstverlening, nemen andere actoren steeds meer de plaats van de staat in. Ngo’s zijn zeer actief in de betreffende sectoren en worden gezien als de ideale speler om de functies van de staat over te nemen.

Echter, het gevaar van staatserosie dreigt. Hoe zwakker de staat, hoe meer staatstaken door ngo’s ingevuld zullen worden. Uiteindelijk zal de staat enkel nog de onpopulaire sectoren, zoals belastingen, als de hare kunnen beschouwen. Een afweging tussen de bijdragen van de ngo’s en de uitholling van de staat dringt zich op.

Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Egypte. Alle posts tonen

maandag, december 08, 2008

NGO's & juridische omkadering

Niet-gouvernementele organisaties (NGO’s) spelen dus een centrale rol in het leveren van humanitaire hulp, het participeren in nieuwe overheidsystemen, de sociale dienstverlening en het verdedigen van sociaal zwakkere groepen. Zijn zijn hierin echter niet oppermachtig en onderhouden een bijzondere relatie met de staten waarbinnen zij opereren (zie Verschuiving van de macht van de staten naar NGO's). Hoewel zij deze openbare doeleinden nastreven, blijven NGO’s echter fundamenteel onafhankelijke privé-organisaties. Als dusdanig, hangt de capaciteit van deze organisaties om dergelijke functies uit te voeren, in grote mate af van de juridische omkadering waarbinnen zij werken. 


In vele delen van de wereld is een dergelijke juridische omkadering voor de activiteiten van NGO’s echter bijzonder precair, onzeker en vaak onvolledig, aangezien zij vaak verouderd en tevens vaak controversieel van aard zijn, met betrekking tot de huidige maatschappelijke behoefte. Derhalve kan niet alleen de toenemende macht van NGO’s worden waargenomen, ook de weerstand die nationale overheden hiertegen bieden door middel van deze juridische middelen komt alsmaar meer op.Op een bepaalde manier, is het nauwelijks verrassend dat bepaalde overheden de groeiende invloed en de macht van NGO’s als bedreiging ervaren en derhalve ook op alle mogelijke manieren trachten hun rol te beperken. Waarom zou de maatschappij activiteiten die niet door een democratisch proces zijn goedgekeurd moeten beschermen of toestaan? Waarom zou een overheid het bestaan van organisaties die bepaalde overheidsdiensten beconcurreren of vervangen toelaten? Waarom zou een overheid organisaties die zich vaak kritisch opstellen en verzetten tegenover overheidsbeleid, hierin aanmoedigen? En ten laatste, aangezien het inkomen van NGO’s vrijgesteld wordt van belastingheffing en de bijdragen tot dergelijke organisaties aftrekbaar zijn voor belastingsdoeleinden, impliceert het toestaan van dergelijke organisaties echte, financiële kosten aan de overheid (Herrington, 2005). Waarom zou om het even welke overheid deze kosten moeten oplopen?


Terwijl sommige organisaties erin geslaagd zijn te gedijen ondanks ongunstige juridische omstandigheden, blijft de verbetering van de juridische toestand met betrekking tot NGO’s een groeiende prioriteit voor de civiele samenleving (Salamon, 2005). Het mag duidelijk wezen dat nationale overheden op deze manier een grote macht hebben over NGO’s. Door middel van nationale en internationale wetten en verordeningen kunnen zij NGO’s opleggen op welke manier zij zich dienen te vestigen, activiteiten te leiden, toegang tot fondsen te verkrijgen (hetzij privé, hetzij openbaar) en dergelijke meer. Daarnaast beschikken zij over de mogelijkheid het NGO’s bijzonder moeilijk te maken door middel van belastingen, rapporteringseisen, controlemaatregelen en zo meer. Dergelijke repressieve wetten kunnen de NGO-sector verstikken, maar indien wetten met betrekking tot NGO’s of de bestendiging hiervan daarentegen te kort schiet, kan de hele sector in diskrediet worden gebracht door misbruik en wangedrag (Herrington, 2005).


Aangezien de wettelijke tradities, evenals de tradities van burgerlijke de maatschappijactiviteit, sterk verschillen van land tot land, kan er derhalve ook een enorme diversiteit worden onderkend in verband de rechtssystemen de problemen die de activiteiten van NGO’s met zich meebrengen. Opnieuw kan hier bij wijze van voorbeeld de Egyptische case worden aangehaald, waar de overheid zich uitermate repressief opstelt ten opzichte van NGO's:


                   



Als besluit kan gesteld worden dat hoewel NGO’s belangrijke openbare diensten vervullen, de wettelijke positie van dergelijke organisaties, voornamelijk in ontwikkelingslanden, helaas vaak hoogt precair of onduidelijk blijft. Overheden beschouwen NGO’s maar al te vaak als een bedreiging voor de eigen soevereiniteit. Nochtans hebben zij net een belangrijke verantwoordelijkheid te vervullen met betrekking tot het tot stand brengen van wettelijke voorwaarden die het NGO’s mogelijk maken hun doelstellingen te bereiken. Hoewel er geen “juiste” manier bestaat om hieromtrent wetten en verordeningen te ontwerpen, is het duidelijk dat een degelijk juridisch kader onmisbaar is om NGO’s toe te laten zich te ontwikkelen en hun capaciteit te bevorderen. Derhalve komt het erop neer een gezond evenwicht te bereiken tussen enerzijds het toestaan van bepaalde voorrechten aan NGO’s en hen anderzijds ook te belasten met bepaalde verantwoordelijkheden (Salamon, 2005). Want uiteindelijk, kunnen NGO’s zich niet ontwikkelen zonder een gunstige politieke en sociale omkadering. 


----------------------------------------------------------------------------------


Salamon, L. M. (2005). Toward an Enabling Legal Environment for Civil Society. The International Journal
of Not-for-Profit Law, 8 (1). Datum van raadpleging. 8/12/2008 op http://www.icnl.org/KNOWLEDGE/ijnl/vol8iss1/special_1.htm

Herrington, J. B. (2005). A Common, Global Framework of Nonprofits as Players in Civil Society. The International Journal
of Not-for-Profit Law, 8 (1). Datum van raadpleging. 8/12/2008 op http://www.icnl.org/knowledge/ijnl/vol8iss1/art_3.htm